Loading
/000%

— 22 juli 2022

Wegwerpplastic vanaf 2024 grotendeels verboden: Footprint biedt plantaardige alternatieven

Met innovatieve technologieën gebaseerd op houtvezel heeft het Amerikaanse bedrijf Footprint een stevige voet aan de grond op het gebied van alternatieven voor wegwerpplastic. ‘De urgentie is hoog.’ Het wereldwijd opererende Footprint besloot vorig jaar haar Europese hoofdkantoor op Brainport Industries Campus (BIC) te vestigen. Vanuit deze nieuwe locatie wordt de expansie in Europa, het Midden-Oosten en Afrika (EMEA) geleid. “Eind 2022 is het Europese Research and Development centrum op BIC operationeel”, zegt vice-president of sales Joost Bakx.

Aantrekken nieuw talent
Over de keuze voor BIC vertelt Bakx: “De belangrijkste reden is dat we technisch talent nodig hebben om onze plantaardige verpakkingen te ontwikkelen. Dit talent is in de regio Eindhoven in zeer hoge mate aanwezig.” Een tweede reden is het feit dat Eindhoven een belangrijke hub is voor innovatieve technologiebedrijven. “Op BIC is er een mooi samenspel van verschillende bedrijven die elkaar kunnen versterken. Bovendien zijn er verschillende onderwijsinstellingen aanwezig. Het is interessant om daarmee samen te werken en ook via die weg talent aan te trekken”, aldus Bakx.

Circulair materiaal
Footprint heeft wereldwijd inmiddels meer dan 2000 medewerkers en timmert daarmee flink aan de weg. Het bedrijf richt zich op het ontwikkelen van oplossingen voor partijen die de overstap willen maken van plastic voor eenmalig gebruik naar circulair materiaal. Hierbij wordt er gebruik gemaakt van plantaardige producten. Bakx legt uit: “We maken onze producten op basis van houtvezel en houtpulp. Het gaat daarbij om het hele traject. We ontwerpen, ontwikkelen en produceren onze eigen producten.” De houtvezels voor de Amerikaanse markt worden momenteel betrokken uit de Canadese of Amerikaanse bosbouw. “Dit zijn allemaal beheerde bossen”, aldus Bakx. “Voor de Europese markt gaan we de houtvezels uit de Scandinavische landen halen.”

Natuurlijke barrières
Bakx maakt onderscheid tussen technologisch makkelijkere producten, zoals borden en bestek en de producten met meer toegevoegde waarde, zoals koffiebekers en maaltijdverpakkingen. “Bij die laatste categorie is er een bepaalde barrière nodig die er van nature niet is. Door onze technologieën kunnen we die barrière echter wel creëren. Op die manier imiteren we de eigenschappen van plastic”, zegt Bakx. Een voorbeeld van zo’n technologie is het vasthouden van water of olie in een product zonder dat het gaat lekken. Bakx: “Van nature zitten er veel openingen in een plantaardig product. Als je het vergroot, ziet het eruit als een soort vogelnestje. Die openingen moeten we dus dicht zien te maken zodat er een barrière tegen water en/of olie ontstaat.”

Samenspel tussen vezels
Bakx vertelt nog iets meer over de onderliggende technologie: “Het is een samenspel tussen verschillende typen vezels. Er zijn korte en lange vezels, rechte en gekrulde. Dat geeft op zich al een bepaalde sterkte. We gebruiken chemie om de vezels te binden en ze nog sterker te maken. Dat is in alle gevallen voldoende om een waterbarrière te creëren.” Maar dat is nog niet alles. Ook de manier waarop de onderdelen gevormd worden, speelt een rol. Het gaat hierbij om thermovormen, ook wel vacuümvorming genoemd. Bakx: “De onderdelen worden vacuüm gezogen vanuit een pulp-slurrie. Daarna worden ze geperst. Onder hitte bereiken ze hun uiteindelijke vorm en bescherming. Dit is een speciaal onderdeel van het proces dat je goed moet beheersen om die barrières te kunnen creëren.”

Eenmalig gebruik
Over de levensduur van de producten vertelt hij: “Het is onze doelstelling klanten te helpen plastic voor eenmalig gebruik te verwijderen uit het hele proces. Onze producten zijn daarom bedoeld voor eenmalig gebruik. Daarnaast zijn ze composteer- en/of recyclebaar. Na gebruik is er dus geen schade aan het milieu.” Mochten de producten toch in het milieu belanden, dan zijn ze binnen zestig dagen afgebroken.

Stervende schildpad
Footprint richt zich met name op de voedingsindustrie. Vanaf 2024 moet deze industrie aan veel strengere regels voldoen wat betreft het gebruik van wegwerpplastic. Wegwerpproducten zoals bestek, maaltijdverpakkingen of bekers zijn dan niet meer toegestaan op kantoor, in de horeca of op festivals. Dit alles heeft betrekking op de Single-Use Plastics Directive EU. De eerste stap ging werd vorig jaar gezet, met het verbannen van onder meer plastic rietjes en wattenstaafjes. “Deze zie je nu ook niet meer terug in de Europese markt”, vertelt Bakx. Een volgende stap van de SUPD was het aanbrengen van een logo van een stervende schildpad op plastic koffie- en drinkbekers. Dit logo maakt de consument attent op het feit dat de bekers slecht zijn voor het milieu.

Volgend jaar moeten de bedrijven die producten voor voedselconsumptie maken, gaan bijdragen in het recyclingsysteem van die producten. “Wat daar de kosten van zijn, is nog steeds niet bekend. Maar de nieuwe regels maken in ieder geval duidelijk dat het verstandig is alternatieven zoals die van Footprint te overwegen. Ten eerste hoeven de bedrijven die kosten dan niet te betalen en ten tweede leveren ze een bijdrage aan het milieu.”

Footprint ziet toenemende vraag vanuit de markt
Hoewel de Europese vestiging nog niet volledig operationeel is, is Bakx ervan overtuigd dat ze er op tijd bij zijn voor de bedrijven die willen overstappen. Bovendien draait het hoofdkantoor in Amerika al sinds 2014 op volle toeren. “We zien wereldwijd een toenemende, zeer ruime vraag. Onze fabriek in Polen is al voor een belangrijk deel uitverkocht. We zijn daarnaast met vervolgprojecten bezig om nog beter aan de stijgende vraag vanuit de markt te kunnen voldoen. Bedrijven zijn niet alleen bezig met hun eigen duurzame ontwikkelingsdoelen maar hebben nu ook te maken met de strengere regelgeving. Dus ja, de urgentie is hoog.”

Dit artikel werd geschreven en gepubliceerd door Innovation Origins